De afgelopen maanden onderhandelden de Europese Commissie, de Raad van Ministers en het Europees Parlement over de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken (OHP) in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen. Daaruit is gekomen dat er geen extraterritoriale handhaving van nationale regels bovenop EU-regels zal worden toegepast.

Een dergelijke vorm van extraterritoriale handhaving had voor Nederlandse bedrijven die in het buitenland inkopen kunnen betekenen dat zij, naast de algemene EU-regels, ook nog eens aan de lokaal geldende regels in het land van inkoop moeten voldoen. Dit zou een hoop extra (administratieve) lasten hebben opgeleverd. Nationale autoriteiten kunnen wel vrijwillig samenwerken wanneer beide lidstaten dezelfde strengere OHP-praktijk verbieden.

Uitslag bevordert rechtszekerheid, interne markt en meer

Dat er geen verplichtende factor in handhaving van extra OHP-regels buiten eigen land komt stemt het CBL dan ook positief. Deze uitkomst is bevorderend voor rechtszekerheid, interne markt, de keuzevrijheid en betaalbare prijzen voor de consument. Deze gunstige uitkomst is het resultaat van een intensieve lobby van Eurocommerce (waar het CBL bij is aangesloten) in Brussel, en van het CBL zelf in Den Haag richting het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Volgende maand zullen de EU-ministers definitieve goedkeuring geven.