Standpunten
Voedselveiligheid Het CBL behartigt de belangen van supermarkten en foodservicebedrijven. Dat doen wij o.a. bij de overheid, bij stakeholders en in de media.
Op deze pagina vind je een overzicht van onze standpunten.
Ga direct naar:
Gezondheid
Heldere en werkbare wetgeving rondom kindermarketing Meer vrijheid in gebruik term Schijf van Vijf Verplichte voering Nutri-Score op verpakkingen Inzet overheid voor vergroten publiek begrip Nutri-Score Moderniseer de geneesmiddelenwet: discreet en eenvoudig advies en brede beschikbaarheid
Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) ontwikkelt momenteel een wetsvoorstel op kindermarketing. Het CBL staat positief tegenover wetgeving op dit onderwerp, omdat daarmee een gelijk speelveld geldt in de voedselomgeving. Het CBL is betrokken bij de consultatie hiervan en pleit ervoor dat toekomstige wetgeving helder, duidelijk en werkbaar is.
Met de Schijf van Vijf als basis is in het Nationaal Preventieakkoord afgesproken dat er ieder jaar meer producten worden verkocht die binnen de Schijf van Vijf passen. De branche pleit al jaren voor meer vrijheid in het gebruik van het logo op productniveau en in de digitale en fysieke verkoopomgeving. Op deze manier kunnen we consumenten helpen bij het maken van gezondere keuzes. Na aanhoudende inzet wordt eindelijk gehoor gegeven aan deze oproep en krijgen supermarkten meer ruimte voor communicatie over de Schijf van Vijf.
Het CBL pleit ervoor dat alle producten de Nutri-Score voeren op hun verpakkingen, ook A-merken. Supermarkten voeren het voedselkeuzelogo al op al hun huismerkproducten. Een manier om dat te bereiken is een verplichting van het voedselkeuzelogo. Pas dan heeft de consument een compleet beeld van het gehele assortiment en kan hij deze goed vergelijken om een betere keuze te maken.
Het CBL ziet een belangrijke rol voor de overheid, die eigenaar is van het voedselkeuzelogo, in het vergroten van het publieke begrip van Nutri-Score. Om het systeem begrijpelijk en effectief te houden voor de consument is blijvende inzet nodig van zowel retail, overheid, fabrikanten en consumentenorganisaties.
Momenteel ligt er een wetsvoorstel om artikel 62 van de geneesmiddelenwet te moderniseren. Het CBL is voor de modernisering van deze wet. Als de overheid de modernisering doorvoert, ontstaat er meer ruimte om digitale communicatiemiddelen in te zetten bij de verkoop van UAD-geneesmiddelen. Dit kan bijvoorbeeld door klanten via een tablet bij het schap direct contact te laten leggen met een (assistent-)drogist op afstand, terwijl een gediplomeerde drogist verantwoordelijk blijft voor de bewaking van het verkoopproces. Zo wordt het voor klanten eenvoudiger en discreter om advies te krijgen en blijft de beschikbaarheid van zelfzorggeneesmiddelen gewaarborgd, ook op momenten of locaties waar fysiek personeel niet direct aanwezig is.
Voedselveiligheid
Voedselveiligheid wordt vaak theoretisch en bestuurlijk benaderd in plaats van praktisch haalbaar. Zo gelden er strikte nultoleranties en onrealistische maximum residu limieten voor bijvoorbeeld PFAS, aroma’s, minerale oliën en additieven, die daarnaast innovatie belemmeren. Het CBL pleit ervoor dat zowel ministeries als de NVWA praktische kennis over voedselproductieprocessen inwinnen en deze kennis meenemen bij het opstellen en handhaven van wet- en regelgeving rondom voedselveiligheid.
Duurzaamheid
Behoud herkenbare productnamen voor vleesvervangers Alle verkoopkanalen moeten deelnemen aan Convenant Dierwaardige Veehouderij Inzet overheid op gedragsverandering en prijsstrategie voor versnelling eiwittransitie
Het CBL benadrukt het belang van herkenbare productnamen voor vleesvervangers. Dit is essentieel om consumenten te helpen kiezen voor een meer plantaardig voedingspatroon en de eiwittransitie in Nederland en Europa te versnellen. Daarom roepen wij het Europees Parlement op om het voorgestelde verbod op vleesgerelateerde productnamen te heroverwegen.
Supermarkten en foodservicebedrijven zijn voorstander van verbeterd dierenwelzijn. Daarom ondertekende het CBL op 24 juni 2025 als een van de eerste branches het Convenant Dierwaardige Veehouderij. Ondertekening van het convenant betekent een volgende stap in het verbeteren van dierenwelzijnsstandaarden in de Nederlandse veehouderij voor de productie van vlees, eieren en zuivel.
Om de impact van het convenant te vergroten vinden de leden van het CBL het noodzakelijk dat ook andere foodkanalen in retail en out-of-home die te maken hebben met verkoop van vlees, zuivel en eieren – zoals horeca, fastfoodketens en andere detailhandel – bij de uitvoering van het convenant betrokken worden. We vertrouwen er dan ook op dat deelname van supermarkten en foodservicebedrijven aan het convenant alle verkopers van vlees, eieren en zuivelproducten stimuleert om ook hun verantwoordelijkheid in dit traject te nemen.
De supermarktsector zet zich vol overgave in voor een gezonder en duurzamer eetpatroon en roept de overheid op om haar rol te pakken in de eiwittransitie. In het Zichtboek Eiwittransitie is te zien hoe de sector sinds een aantal jaar invulling aan de nationale ambitie van de Nederlandse overheid om de eiwitconsumptie te verschuiven naar 50% plantaardig en 50% dierlijk in 2030. Veel supermarkten gaan een stapje verder dan de nationale ambitie en hebben ambitieuzere verkoopverhoudingen gesteld.
Hoewel supermarkten hun verantwoordelijkheid nemen en gemotiveerd zijn om zich hiervoor in te blijven zetten, kan de eiwittransitie alleen slagen met steun van de overheid en maatschappelijke organisaties. Daarom roept het CBL de overheid op om te investeren in publiekscampagnes, educatie en financiële prikkels die plantaardige keuzes aantrekkelijker en betaalbaarder maken.
Medewerkers en arbeidsmarkt
Vrijheid om sectorpassende arbeidsvoorwaarden op te nemen in cao Meer flexibiliteit in vaste contracten Verlaging werkgeverslasten Integrale aanpak vergrijzing arbeidsmarkt
Het werkvolume in onze branche wisselt sterk en is vaak onvoorspelbaar. Daarom zet het CBL zich in voor het behoud van flexibele contracten. Wanneer er afspraken gemaakt moeten worden over deze contracten doen we dat met vakbonden en sociale partners. Het CBL pleit voor de vrijheid om voor de sector passende arbeidsvoorwaarden af te spreken in de cao.
Als de overheid vaste contracten flexibeler maakt, wordt het voor werkgevers aantrekkelijker om deze aan te bieden. De flexibiliteit van vaste contracten kan bijvoorbeeld worden vergroot door inperking van loondoorbetalingverplichting van twee jaar tijdens ziekte naar een jaar, versoepelen van het ontslagrecht voor ontslag wegens disfunctioneren of verwijtbaar gedrag of het wetsvoorstel personeelsbehoud bij crisis.
Het CBL pleit voor een verlaging van de werkgeverslasten op arbeid. Laat werken lonen: verhoog het netto-inkomen, niet de loonkosten. Dit kan bijvoorbeeld door het verkleinen van de wig tussen loonkosten en netto-inkomen, het verlagen van de marginale druk op extra gewerkte uren en het stapsgewijs vereenvoudigen van het toeslagenstelsel. Zo wordt voor werknemers duidelijker dat werken loont en wordt het aantrekkelijker om meer uren te werken, terwijl werkgevers meer ruimte krijgen om mensen aan te nemen en behouden.
De toenemende vergrijzing leidt tot een groei in het aantal WIA- en AOW-gerechtigden. Dat zorgt ervoor dat het sociale zekerheidsstelsel onder druk komt te staan. Het CBL vindt het belangrijk dat de kosten van deze ontwikkeling niet eenzijdig bij werkgevers of werknemers terechtkomen via oplopende premies. Daarom pleiten wij voor een integrale aanpak vanuit de overheid om de gevolgen van vergrijzing voor de arbeidsmarkt en het sociale zekerheidsstelsel structureel aan te pakken.
Markt en keten
Geen vergaande beperkingen op marktwerking en contractvrijheid Maximale vrijheid voor ondernemers in openingstijden Wederkerigheid en geharmoniseerde regelgeving in Wet Oneerlijke Handelspraktijken Europees verbod op Territoriale Leveringsbeperkingen (TLB’s)
Voor supermarkten is het van groot belang dat Europese en nationale wetgevers en toezichthouders geen vergaande beperkingen opleggen aan de marktwerking en contractvrijheid. Supermarkten opereren namelijk in een dynamische en concurrerende markt waarin efficiëntie, innovatie en voortdurende verbetering centraal staan.
Dankzij de marktwerking zijn supermarkten in staat een breed aanbod van kwalitatief hoogwaardige producten tegen scherpe prijzen aan te bieden. Het CBL benadrukt dat de kracht van de vrije markt en contractvrijheid ten goede komt aan de consument, die dagelijks de vruchten plukt van een gevarieerd en breed aanbod aan kwalitatieve producten tegen een gunstige prijs.
Het CBL zet in op maximale ondernemersvrijheidom zelf te bepalen wanneer zij open willen zijn, ook op zon- en feestdagen, 365 dagen per jaar. Wat het CBL betreft komt deze absolute vrijheid in de plaats van het huidige systeem, waarin gemeenten ontheffingen verlenen aan ondernemers die buiten de gebruikelijke openingstijden open willen zijn.
De mogelijkheid voor ondernemers om zelf te bepalen wanneer zij hun winkels willen openen zorgt voor een gelijk speelveld ten opzichte van de huidige regelgeving waarin de verschillende regels per gemeente zorgen voor ongelijke kansen voor ondernemers.
De Wet Oneerlijke Handelspraktijken (OHP) in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen is bedoeld om kleinere en middelgrote boeren en producenten te beschermen tegen oneerlijke handelspraktijken van hun afnemers. Het CBL onderschrijft het belang van het tegengaan van oneerlijke handelspraktijken, maar constateert dat de huidige wet eenzijdig is ingericht. De bescherming richt zich uitsluitend op leveranciers, zonder dat afnemers bescherming genieten tegen mogelijke oneerlijke handelspraktijken van hun leveranciers.
In het belang van een gelijk speelveld binnen de keten pleit het CBL daarom voor het opnemen van wederkerigheid in de OHP-wetgeving. Daarnaast is het van groot belang dat regelgeving rondom oneerlijke handelspraktijken op Europees niveau geharmoniseerd wordt. Verschillen tussen lidstaten kunnen leiden tot rechtsongelijkheid en belemmeringen in het functioneren van de interne markt.
Supermarkten worden regelmatig door fabrikanten beperkt om goedkoper in te kopen in andere Europese landen. Sommige praktijken die fabrikanten kunnen toepassen op retailers zorgen ervoor dat bepaalde A-merken lastig voordelig te importeren zijn. Je kunt dan denken aan de kleur of grootte van een verpakking of de taal op het etiket. Dit is een schending van het vrije marktverkeer van goederen op de Europese interne markt. Het CBL pleit daarom voor een Europees verbod op deze inkoopmuren.
Weerbaarheid
Een weerbare voedselvoorzieningsketen is essentieel voor de voedselzekerheid in Nederland. In tijden van crisis moet de continuïteit van de voedselvoorziening gewaarborgd blijven. Een sterke keten met goed samenwerkende partijen zorgt ervoor dat consumenten ook in onzekere omstandigheden toegang houden tot betaalbaar en veilig voedsel. Wetgeving op het terrein van weerbaarheid moet altijd praktisch uitvoerbaar zijn en niet leiden tot exorbitante administratieve lasten.