Pers
Kort nieuws detail

Persstatement wetgevingsvoorstel Handelspraktijken


Het CBL, de koepel van supermarkten en foodservicebedrijven, is teleurgesteld in het politieke besluit in Brussel om de onderhandelingsruimte van supermarkten ten opzichte van fabrikanten eenzijdig in te perken in het nadeel van supermarkten.

Het is een zware politieke interventie tegen contractvrijheid en ondernemerschap en vrije marktwerking in het algemeen voor een belangrijke keten waar alle burgers van Nederland dagelijks hun eerste levensbehoefte kopen.

De Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad van Ministers is met dit wetsvoorstel ingegaan tegen de adviezen van de Europese mededingingsdienst. Bovendien zijn de zorgen van de Europese consumentenorganisatie BEUC volledig genegeerd.

 

Het is een slecht onderbouwd en ondoordacht besluit van Europese politici en Landbouwministers die hiermee denken de boeren te beschermen, maar juist grotere fabrikanten in de kaart spelen. Fabrikanten kunnen een hogere prijs voor hun producten bedingen nu supermarkten minder tegenwicht kunnen bieden in de onderhandelingen. Hiervan gaat de consument aan de kassa van de supermarkt het gelag betalen. Voedsel gaat duurder worden. Het is vrijwel uit te sluiten dat boeren hier voordeel van zullen hebben omdat de hogere winsten van fabrikanten niet zullen leiden tot hogere prijzen voor de aardappelen, de melk, het graan, het varken of het ei.

 

Het wetsvoorstel zal in de praktijk leiden tot veel bureaucratische rompslomp en juridificering van de voedselketen. Bovendien leidt het wetsvoorstel tot rechtsongelijkheid voor supermarkten ten opzichte van fabrikanten. Eventuele klachten mogen anoniem en door ‘derde partijen’ worden ingediend bij een nieuwe aan te wijzen Autoriteit. Leveranciers mogen alleen klagen over afnemers, afnemers niet over leveranciers. Deze eenzijdigheid en rechtsongelijkheid is oneerlijk en niet te rechtvaardigen in een rechtsstaat als Nederland.

 

Het CBL roept het Nederlandse Kabinet, het Parlement (Eerste en Tweede Kamer) en de Raad van State op om met een kritisch blik het wetgevingsvoorstel in Nederland te ontvangen en oog te hebben voor de rechtspositie van bedrijven en de economische consequenties voor alle burgers van Nederland van dit Brusselse compromis.