
Over prijsvorming in de voedselketen en (vermeende) inkoopmacht van supermarktorganisaties
In Brussel en Den Haag is de laatste tijd veel discussie over prijsvorming in de voedselketen en (vermeende) inkoopmacht van supermarktorganisaties.
In de levensmiddelenketen, van boer en tuinder tot consument, heeft de laatste jaren een paradigma-shift plaatsgevonden. Waar eerder sprake was van aanbodgericht denken en produceren, staat nu de consument centraal. De levensmiddelenketen wordt steeds meer vraaggestuurd en dat is volgens het CBL een goede zaak. Het is tenslotte de consument die betaalt voor alle activiteiten van alle spelers in de keten wanneer hij of zij de margarine of het vlees afrekent aan de kassa. Voor supermarkten is bij iedere discussie in de levensmiddelenketen de consument leidend.
In de levensmiddelenketen hebben alle schakels elkaar nodig. Er wordt goed samengewerkt op bijvoorbeeld voedselveiligheid, duurzaamheid en efficiency in de keten. Tegelijkertijd concurreren alle partijen onderling om de gunst van de consument. Dit geldt voor zowel supermarkten onderling als ook voor leveranciers onderling. In een gemiddelde supermarkt kan de consument al snel kiezen uit meer dan 10.000 producten. Dit betekent dat supermarkten contracten afsluiten met honderden leveranciers. Net als bij elk ander contract is het niet verbazingwekkend dat er af en toe verschil van mening ontstaat tussen de contractpartijen. In het NMa-rapport over prijsvorming in de agri-food sector wordt echter gesteld dat meningsverschillen over naleving van de contractvoorwaarden in beperkte mate voorkomen. En voor zover er meningsverschillen zijn, worden die in den minne geschikt.
Nederlandse supermarkten hebben te maken met verkoopmacht van leveranciers. Vanwege de exportpositie van de Nederlandse agribusiness zijn met name de vers-leveranciers maten groter dan supermarkten. De marktleider op de zuivelmarkt heeft een marktaandeel van 80%. De marktleider op de vleesmarkt heeft een marktaandeel van bijna 60%. De groente- en fruitmarkt wordt gedomineerd door twee grote leveranciers. Veel van deze vers-leveranciers zijn in eigendom van boeren en tuinders (coöperaties). Op gebied van verwerkte producten domineert een aantal multinationals.
Voor supermarkten is het van wezenlijk belang dat Europese noch nationale wetgevers en toezichthouders vergaande beperkingen opleggen aan de marktwerking. Toezichthouders, zoals de NMa, moeten vooral waarborgen dat er geen kartels zijn en dat er geen misbruik wordt gemaakt van dominante marktposities. Want als er geen keuze is voor de consument, dan is er geen competitie en als er geen competitie is dan is er geen innovatie. Indien er echter wel aan de voorwaarden van keuze, innovatie en competitie is voldaan, dan is er geen rechtvaardiging om vergaand de contractvrijheid van marktpartijen een banden te leggen.
Vanaf 2 maart 2009 wordt aan jongeren tot 20 jaar die alcohol of tabak willen kopen gevraagd om klaar te staan met een geldig legitimatiebewijs. Door het verhogen van de leeftijdsgrens voor legitimatie naar 20 jaar kunnen we beter garanderen dat alle jongeren onder de 16 jaar daadwerkelijk om legitimatie wordt gevraagd en dat zij er niet meer in slagen alcohol of tabak te kopen. Het gaat hier niet om een wettelijke eis. Met een televisiecommercial zal de consument worden geïnformeerd over deze aangescherpte legitimatie-eis. In de supermarkten zullen kassabalkjes, -stickers, schapkaartjes en flyers de klant informeren over de maatregel. |
Verpakkingenbelasting |
Meer informatie over de Verpakkingenbelasting: |