
Inbreng Centraal Bureau Levensmiddelenhandel voor het Rondetafelgesprek over de beleidsevaluatie Openbaarmaking Controlegegevens door de VWA d.d. 04 februari 2010
Supermarkten zijn voorstander van transparantie en willen in gevallen dat de voedselveiligheid in het geding is en de consument geïnformeerd moet worden, zoveel mogelijk gegevens openbaar worden gemaakt.
De VWA maakt nu in een specifiek aantal gevallen met naam en toenaam de gegevens openbaar van individuele bedrijven en in andere gevallen presenteren ze de algemene resultaten van groepen van bedrijven, ongeacht of de voedselveiligheid in het geding is.
De VWA controleert bij formulebedrijven steekproefsgewijs en risico-gericht. Dit is op zich een prima methode waar supermarkten achter staan. Deze werkwijze leent zich echter niet voor openbaarmaking waarmee de schijn wordt gewekt dat alle bedrijven op alle aspecten worden gecontroleerd. Het CBL ziet met lede ogen aan dat de VWA zijn zorgvuldig opgebouwde autoriteit te grabbel gooit door interne procedures (manier van werken, kleur-indeling bedrijven) te verheffen tot vermeend interessante gegevens voor burgers/consumenten. Door deze werkwijze moet de VWA veel meer communiceren over de context en de interpretatie van de gegevens en moet keer op keer worden gecommuniceerd dat de volksgezondheid/voedselveiligheid niet in het geding is. De consument kan niets met de gegevens op formuleniveau en daarnaast is er vrees voor misbruik door derden. Dit is in het verleden (residuen bestrijdingsmiddelen) niet ongegrond gebleken. Dit zou niet het doel van openbaarmaking moeten zijn want hier is niemand bij gebaat. Als consumenten hun keuze dienen te baseren op de openbaar gemaakte gegevens moet alleen informatie beschikbaar gemaakt worden waar voedselveiligheid in het geding is.
Conclusies evaluatie-rapport liegen er niet om: Openbaarmaking dient geen doel
Uit de evaluatie blijkt dat openbaarmaking op de huidige manier niet bijdraagt aan het vergroten van vertrouwen van de consument in de autoriteit en bovendien geen juridische grondslag heeft. De doestellingen van de overheid worden met openbaarmaking niet gerealiseerd omdat het vertrouwen van de consument al hoog is en ketenpartijen geen gebruik maken van de openbaar gemaakte gegevens. Op basis van de evaluatie op openbaarmaking van controlegegevens hebben de ministers van LNV en VWS aangegeven specifieke wetgeving op te willen stellen en openbaarmaking in te blijven zetten als instrument om de naleving te bevorderen.
Geen juridische basis voor openbaarmaking
Uit een onafhankelijk juridisch advies opgesteld door Stibbe blijkt dat er geen wettelijke grondslag kan worden gevonden in de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) voor het openbaar maken van controlegegevens. Tevens is de huidige manier van openbaar maken van controlegegevens strijdig met het Europees verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) en de Wet Economische Delicten. Het CBL doet een dringend beroep op de Minister van Justitie om zich actief met het dossier bezig te gaan houden. In de interne juridische analyse van de Ministeries van LNV en VWS wordt geconcludeerd dat openbaarmaking niet punitief bedoeld is. Desondanks willen de departementen openbaarmaking blijven inzetten als instrument om de naleving te bevorderen. Dit is tegenstrijding met elkaar. Voor het CBL blijft er maar één conclusie overeind: Openbaarmaking is gebaseerd op juridisch drijfzand.
Openbaarmaking kost veel en levert niets op
Openbaarmaking van controlegegevens heeft de overheid tot nu toe bijna 2 miljoen euro gekost. Dit is zonde van het geld en het CBL is dan ook van mening dat het geld dat nu aan openbaarmaking wordt uitgegeven, beter geïnvesteerd kan worden in goede medewerkers dan in informatie waar niemand wat aan heeft.
Hoe kan het beter?
- Supermarkten willen een Voedsel en Waren Autoriteit waar de consument blindelings op kan vertrouwen. Een Autoriteit die helder aangeeft wanneer voedsel onveilig is en daar scherp op ingrijpt.
- Controlegegevens worden alleen openbaar gemaakt wanneer de volksgezondheid in geding is. Dit geldt voor bedrijven in het “Rood” en voor producten die uit de markt moeten worden genomen.
- Alle voedsel verkopende en producerende partijen worden meegenomen in de openbaar te maken inspectiegegevens, dus ook speciaalzaken, marktkramen, bedrijfskantines, horeca, fabrikanten en importeurs indien volksgezondheid in geding is.
- Gegevens worden direct na de inspectie teruggekoppeld en reactietermijnen zijn ruim voldoende (6 weken). Indien monsters genomen worden, wordt een tweede monster achtergelaten voor verificatie en eigen onderzoek.
- Up to date houden van gegevens. De consument kan alleen een keuze baseren op gegevens die actueel zijn en die hen goed informeert. Bij afdoende corrigerende acties door het bedrijf worden de gepubliceerde gegevens verwijderd. Maximale publicatietermijn is drie maanden.
- Er moet met spoed gewerkt worden aan een deugdelijke juridische basis voor openbaarmaking van controlegegevens.
Door bovenstaande krijgt openbaarmaking een terecht informatief en/of punitief karakter. Hierbij zijn consument, overheid en bedrijfsleven gebaat.