Wetgeving
Handelspraktijken

Pilot Handelspraktijk in Nederland van start

16 september 2013 vond in Brussel de officiële lancering plaats van de Gedragscode Handelspraktijken voor zakelijke geschilbeslechting tussen bedrijven in de agro en foodketens. Deze Europese business to business code heeft als doel goede handelspraktijken te waarborgen in de voedselvoorzieningsketen. Het CBL heeft zich er sterk voor gemaakt dat deze code ook de basis is voor de Nederlandse pilot voor business-to-business geschilbeslechting. Het ministerie van Economische Zaken steunt deze aanpak.

“Met de consument als uitgangspunt, wordt er vaak op het scherpst van de snede onderhandeld tussen leveranciers en supermarkten”, aldus CBL-directeur Marc Jansen. “Maar ook stevige onderhandelingen moeten door beide partijen respectvol worden gevoerd.” Supermarkten willen transparant zijn over de manier waarop zij met handelsrelaties omgaan. Daarom werkt het CBL mee aan de pilot.

Om in Nederland invulling te geven aan de Europese code startte het CBL 16 september 2013 met de FNLI, LTO en het ministerie van Economische Zaken de pilot Handelspraktijk. Het pilotproject wil aantonen dat business-to-business handelsconflicten kunnen worden opgelost volgens de systematiek zoals die door de koepelorganisaties (EuroCommerce en Europese koepels van producenten) in de voedselketen in Brussel is ontwikkeld. De Europese gedragscode met 10 Beginselen van Goede Praktijk en het bijbehorende implementatiedocument zijn vertaald in het Nederlands en zullen voor de Nederlandse situatie worden gebruikt.

Net als het bedrijfsleven heeft ook minister Kamp laten weten dat hij van mening is dat zelfregulering als aanvulling op de bestaande regelgeving de aangewezen weg is om oneerlijke handelspraktijken tegen te gaan. Daarom zijn er in het pilot-project geen aanvullende nationale eisen en beperkingen opgenomen.

Bij de pilot Handelspraktijk kunnen bedrijven anoniem klachten indienen. Dit gebeurt via de brancheorganisatie. Het moeten daarom klachten zijn waar meerdere ondernemingen mee te maken hebben. Individuele klachten moeten bilateraal worden opgelost. Tot op heden zijn geen klachten ingediend bij de stuurgroep die de pilot begeleidt. In 2015 worden zowel het Brusselse Supply Chain Initiative als de Nederlandse pilot geëvalueerd.