
De wens duurzamer te leven volgt op de eis dat voedsel aantoonbaar geborgd veilig is. Voedselveiligheid vraagt een gezamenlijke aanpak en blijft een speerpunt voor het CBL. Naast de eis aan producenten van huismerken om te voldoen aan de GFSI-standaarden, moeten alle boeren en tuinders aan de internationale eisen van GlobalGAP voldoen. De uitrol en aanscherpingen is een continu proces. De GlobalGAP eisen zullen steeds meer aangevuld worden met duurzaamheidsaspecten van voedselproductie (diertransport, arbeidsomstandigheden). Door het toepassen van internationale borgingsinstrumenten, zorgt de branche zelf voor een level playingfield. Het overgrote deel van wetten en regels komt uit Brussel. Het CBL moet hier middels inbreng in Eurocommerce adequaat en tijdig op inspelen. Etikettering en voedingsclaims zullen binnen de werkzaamheden van het CBL een belangrijke plaats innemen.
Verdergaande harmonisatie van inkoopvoorwaarden op gebied van voedselveiligheid en andere productievoorwaarden zijn belangrijk in een steeds vrijer wordende wereldmarkt. Verder werken alle supermarkten met de CBL-Hygiënecode zodat ook op de winkelvloer de voedselveiligheid is geborgd. Desondanks blijft scherpe aandacht geboden voor de borging van de voedselveiligheid. Alle incidenten en crises leren dat supermarkten steeds strengere eisen aan de leveranciers zullen moeten stellen.
Tracking en tracing
Vanaf 2005 moeten alle producenten en handelaren van voedsel voldoen aan de Europese General Food Law . Traceerbaarheid van voedsel en alle grondstoffen die erin verwerkt zijn, is dan verplicht. Het CBL verwacht van de overheid dat zij geharmoniseerde randvoorwaarden aangeeft voor de invulling van de traceerbaarheidseis in de GFL. De Voedsel en Waren Autoriteit zal de traceerbaarheid van voedsel toetsen.
Tracking & tracing in de keten
Strenge regelgeving van de overheid in het kader van voedselveiligheid in combinatie met recente calamiteiten in de voedselketen zijn er de oorzaak van dat dringend behoefte is aan geautomatiseerde systemen die de producten door de gehele keten kunnen volgen (tracking en tracing). Eerste vereiste is dat de gehele keten met eenzelfde gestandaardiseerde werkwijze gaat opereren. GS1 heeft op voordracht van het CBL de unieke verzendcode EAN 128 ontwikkeld. Met deze unieke verzendcode is de branche in staat om producten door de gehele keten sneller op te sporen en terug te halen. Deze aanpak bevordert de voedselveiligheid. Zo kunnen nadelige effecten voor de gezondheid van de consument tot een minimum worden beperkt. De unieke verzendcode EAN 128 kan aan elke ladingdrager, pallet, kratje en rolcontainer worden toegekend.
Borgingseisen voedselveiligheid aan leveranciers
Het Global Food Safety Initiative (GFSI) heeft vier voedselveiligheidsstandaarden goedgekeurd. Het betreft de volgende standaarden:
- BRC Technical Standard
- Dutch HACCP Option B
- SQF 2000
- International Food Standard (IFS)
Op gebied van voedselveiligheid zijn deze standaarden door het GFSI beoordeeld aan de hand van drie elementen:
- Aanwezigheid van voedselveiligheid managementsystemen
- Aanwezigheid van codes goede praktijken (bijvoorbeeld distributie)
- Werken volgens de principes van HACCP
De goedkeuring van de vier standaarden is een belangrijke stap in het streven naar wereldwijde harmonisatie van de borging van de voedselveiligheid. De leveranciers aan Nederlandse supermarkten dienen de voedselveiligheid van producten aantoonbaar aan de hand van een van de bovengenoemde standaarden te waarborgen. Het is aan de betreffende supermarktorganisatie welk van de goedgekeurde standaarden gevraagd wordt. Onderwerpen als arbo en milieu worden niet door het GFSI beoordeeld. De Nederlandse supermarktorganisaties hechten wel belang aan de borging van deze onderwerpen.
Het Global Food Safety Initiative is onderdeel van het CIES, the Global Food Forum. Hierbij zijn alle grote supermarktorganisaties en fabrikanten wereldwijd aangesloten.
Etikettering
Keuzevrijheid voor de consument is het centrale uitgangspunt voor supermarkten. De consument moet zelf besluiten wat hij koopt en een keuze in de winkel kunnen maken. Steeds meer etiketteringsvoorschriften worden door de Europese Commissie vastgesteld. In 2003 zijn de Europese regels voor etikettering van genetisch gemodificeerde organismen en allergenen gepubliceerd. Voor GGO geldt dat vanaf 18 april 2004 deze op het etiket moeten worden vermeld. Met de allergenenrichtlijn wil men meer informatie aan de consumenten verstrekken over de samenstelling van de producten door een volledigere etikettering. De etiketteringvoorschriften nemen fors toe en vormen daarmee het grootste deel aan administratieve lasten voor de supermarktbranche. Uit onderzoek van het ministerie VWS blijkt dat de administratieve lasten die voortvloeien uit de regelgeving voor Gezondheidsbescherming worden geraamd op ruim 1,6 miljard euro per jaar. Ruim een miljard euro hiervan komt voor rekening van de Warenwet. Het CBL zet erop in dat de administratieve lasten fors worden verminderd.
Transparantie
In het verlengde van de aandacht voor traceerbaarheid, is transparantie het sleutelbegrip voor de komende tijd. Keuzevrijheid voor de consument is een belangrijk uitgangspunt voor supermarkten. De consument raakt echter steeds verder verwijderd van de voedselproductie en allerlei discussies over voedsel wakkeren onrustgevoelens aan. Met name van de individuele supermarktondernemers wordt verwacht dat hij van alle producten die hij verkoopt alles weet. Supermarktorganisaties kunnen een rol spelen bij het verdergaand informeren van de consument. Het CBL werkt samen met de leveranciers aan een productinformatiesysteem van waaruit veel informatie over productiewijze, voedingswaarde, allergenen, additieven beschikbaar kan worden gesteld aan de consument. Hierdoor zal de consument een steeds meer bewuste keuze kunnen maken bij de aanschaf van producten.