
Niet alleen voor liefhebbers van het Nederlandse landschap, maar bovenal voor koeien is weidegang van grote waarde. Verplicht stellen van weidegang raakt echter veel aspecten van de bedrijfsvoering op een melkveehouderij met mogelijke kosten of investeringen als gevolg. Het CBL is daarom niet voor een verplichting, maar wil weidegang wel stimuleren. In 2006 heeft het CBL onder meer met de Dierenbescherming het initiatief genomen tot de Stichting Weidegang. Veel zuivelproducten onder huismerk zijn afkomstig van koeien die gegarandeerd in de wei gelopen hebben.
De definitie van weidegang is dat koeien gedurende minimaal 120 dagen per jaar, ten minste 6 uur per dag, van voorjaar tot najaar in de wei lopen. Deze voorwaarden zijn contractueel vastgelegd met melkveehouders die weidemelk leveren. De controle is tweeledig: 1. visuele controle of de koeien daadwerkelijk in de wei lopen. 2. punt van controle in jaarlijkse ‘visitatie’ van het melkveebedrijf vanuit het kwaliteitssysteem. Hierbij kan gekeken worden of het bedrijf de infrastructuur heeft om koeien te weiden en of het bedrijf hier daadwerkelijk gebruik van maakt Daarnaast wordt weidegang ook zichtbaar in het krachtvoerverbruik van melkveebedrijven. De logistiek voor weidemelk (melkveehouders ? zuivelfabriek) is gescheiden van de reguliere melkstroom. Dit is geborgd in het interne kwaliteitssysteem van de zuivelfabriek, die daarmee kan garanderen of (huismerk)zuivelproducten afkomstig zij van koeien die in de wei hebben gelopen.
Logo’s die voor weidemelk gebruikt worden op consumentenverpakkingen zijn logo’s in eigen beheer. Biologische zuivelproducten – herkenbaar aan het EKO-keurmerk – zijn gegarandeerd afkomstig van koeien die weidegang kennen.
