duurzaamheid en gezondheid
voedselverspilling

Om de uitstoot van CO2 terug te dringen is voedselverspilling opgenomen in het CBL-Klimaatplan.

De afgelopen jaren is er veel aandacht voor voedselverspilling en is er veel over het onderwerp verschenen. Het CBL en de FNLI gaven PwC de opdracht om met onderzoek naar bestaande studies in kaart te brengen welke definities, methodieken en cijfers er over voedselverspilling bestaan om zo te achterhalen waarop alle aandacht en informatie gebaseerd is.

De levensmiddelenindustrie en retailbranche willen voedelverspilling zoveel mogelijk terugdringen. Voedselverspilling is een maatschappelijk relevant thema waarover veel wordt gepubliceerd. Uit het onderzoek van PwC blijkt echter dat slechts een beperkt deel van de publicaties is gebaseerd op gedegen onderzoek. Veel van wat is verschenen en gemeld over voedselverspilling is te herleiden tot slechts enkele bronnen.

Verder blijkt dat beschikbare onderzoeken geen betrouwbare schatting of metingen bevatten van voedselverspilling voor alle (sub)onderdelen van de voedselketen. De meest robuuste uitspraken over voedselverspilling kunnen worden gedaan over huishoudens. De consument verpilt minder voedsel dan in veel publicaties vermeld wordt: uit sorteerproeven blijkt dat elk huishouden gemiddeld 43,7 kilo per jaar vermijdbaar verspilt.

Voor de andere ketenonderdelen is onderzoek complexer en minder toegankelijk. Uitspraken over voedselverspilling in de retail, bij de industrie en in agrarische sectoren zijn gebaseerd op schattingen en aannames.

Om voedselverspilling beter in kaart te krijgen doet PwC de aanbeveling om nader onderzoek te doen per ketenonderdeel en hierbij te focussen op vermijdbare verspilling. Hierbij is het belangrijk dat er overeenstemming bestaat over de definitie en afbakening van voedselverspilling.

Lees hier het rapport.

 

Onder het Platform Verduurzaming Voedsel is de werkgroep Optimalisatie Reststromen en Voedselverspilling opgericht. In de werkgroep zijn LTO, FNLI, KHN, Veneca en CBL vertegenwoordigd. Ook het ministerie van EL&I neemt actief deel. In de Tweede Kamer is de nodige aandacht voor het terugdringen van voedselverspilling, waarbij de discussie over de THT ermee in verband wordt gebracht. In de werkgroep wordt een ketenbrede position paper voorbereid over houdbaarheidstermijnen waarbij aandacht is voor de wettelijke eisen die hiervoor gelden, alsmede de mogelijkheden en onmogelijkheden van de THT op voedsel. Een van de discussiepunten in de werkgroep is de definitiekwestie van voedselverspilling. Het herbestemmen van producten die oorspronkelijk bedoeld waren om door de mens geconsumeerd te worden, kent vele gradaties die vooral ingegeven worden uit economische motieven. De discussie kent echter ook normatieve, ethische, sociologische en ecologische karakteristieken waardoor de wens het onderwerp objectief te benaderen een uitdaging is.