Consumentenzaken en kwaliteit
6-stappenplan voedselvertrouwen

De aanpak van herstel van vertrouwen in voedsel, het borgen van productintegriteit en het terugdringen van fraude is vergelijkbaar met de aanpak van 15 jaar geleden om de voedselveiligheid beter te borgen (middels GFSI). Het moet bekend zijn waar alle ingrediënten van huismerkproducten vandaan komen en hoe de keten eruit ziet. Hiervoor moeten supermarkten en foodservicebedrijven verregaande eisen stellen  aan de voorgaande schakels in de productieketen van huismerken.
Het terugwinnen van het vertrouwen dat producten veilig en echt zijn, gaat langs een zestal actielijnen. Deze actielijnen zetten de leden van het CBL als branche in, en daar waar mogelijk en/of nodig zullen zij ketenpartners, overheden en maatschappelijke organisaties betrekken. Het CBL roept de fabrikanten om ook deze aanpak te volgen.

1. GFSI-erkende kwaliteitssystemen borgen voedselveiligheid en traceerbaarheid. Wij eisen van onze leveranciers al dat zij werken met deze standaarden. Daar bovenop worden alle producenten van huismerken verplicht de GFSI module Food Fraud  te implementeren en te laten auditen door onafhankelijke Certificerende Instellingen (CIs). Deze moeten daarvoor speciaal opgeleide auditors in dienst hebben.
Deadline: in 2015 wordt de GFSI Food Fraud module geïntegreerd in de guidelines van GFSI en wordt het daarmee een onderdeel van de GFSI-erkende systemen. In uiterlijk 2016 zijn alle leveranciers geaudit voor deze module.

2. Supermarkten en foodservicebedrijven voeren naast een HACCP ook een VACCP (Vulnerability Analyse and Critical Control Points) uit. Dat wil zeggen dat ze hun producten en leveranciers in kaart brengen en ranken op risico. Een risicoproduct geleverd door een risicoleverancier betekent dat er of een verbetertraject wordt afgesproken, of -in het uiterste geval- afscheid genomen wordt van de leverancier. Het CBL verzamelt best practices en stelt een blauwdruk op voor de Vulnerability analyse.
Deadline: blauwdruk gereed eind 2014. Assessment leveranciers huismerkproducten eind 2015.

3. Retailers willen dat iedere leverancier onaangekondigd geaudit wordt. De Nederlandse retail zal dit aankaarten bij schemahouders, zoals BRC, die dit moeten implementeren. Idealiter wordt dit ook in de GFSI standaard opgenomen.

4. Uitwisselen van informatie over leveranciers in geval van verdenkingen en overtreding van de afspraken en regels is wenselijk. Het CBL inventariseert de mogelijkheden en de wettelijke kaders van het mededingingsrecht en privacybescherming van informatie-uitwisseling over leveranciers.

5. Supermarkten en foodservice krijgen meer, betere en tijdigere informatie van de bevoegde autoriteiten. Hiertoe ondertekenen supermarkten een convenant met relevante inspectiediensten als de NVWA, FIOD, Interpol, enz.

6. Bij crises is het zaak om in de communicatie de facts te benoemen en alle overbodige fictie/emotie te schrappen. Het CBL organiseert een Ronde Tafel (gesprekken met retailers en stakeholders) over dit onderwerp waarbij we (onafhankelijke) partijen zoals de NVWA, wetenschappers en de media betrekken.