
De discussie over residuen van bestrijdingsmiddelen op groente en fruit en de mate van schadelijkheid ervan blijft voortduren. Maatschappelijke organisaties blijven misbruik maken van de scherpe warenwettelijke normen en het gevoel van gevaar voor de volksgezondheid bij overschrijding ervan.
Vanwege hun eigen methodiek van interpretatie en normstelling zullen zij altijd negatief communiceren over het AGF-assortiment en supermarkten aan de schandpaal nagelen. Op deze werkwijze is vrijwel niet te anticiperen waardoor de discussie naar verwachting nog jaren zal doorgaan.
Een nieuwe reden voor NGO’s om de discussie te blijven voeren is de Europese harmonisatie van MRL’s. Het bedrijfsleven heeft harmonisatie altijd toegejuicht omdat consumenten in Europa eenduidig zouden worden beschermd. Maatschappelijke organisaties vinden de normen die door deskundigen zijn vastgelegd nog steeds te soepel. Uit onderzoek van de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit blijkt dat het absolute aantal overschrijdingen per winkelketen zo laag is dat geen harde uitspraken te doen zijn.
Supermarkten zijn van mening dat de consument ervan uit moet kunnen gaan dat producten in de supermarkt veilig zijn om te consumeren. De overheid en het bedrijfsleven zelf moeten hierop toezien, voldoende preventieve maatregelen treffen en in geval van (vermeende) onveiligheid van producten adequaat optreden door betreffende producten niet aan te bieden of terug te halen.
Door NGO’s wordt gesuggereerd dat supermarkten giftige groente en fruit verkopen. Dit is in tegenspraak met de resultaten van de NVWA en dit ondermijnt volgens het CBL de positie en autoriteit van de NVWA.
