Consumentenzaken en kwaliteit
Openbaarmaking controlegegevens

Supermarkten zijn voorstander van transparantie. De consument moet op de juiste wijze geinformeerd worden over voedselveiligheid door een onafhankelijke instantie. Dit is de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit. Voedselveiligheid van alle producten is topprioriteit voor supermarkten. De supermarktbranche stelt eisen aan leveranciers die gecertificeerde producten moeten aanbieden (GlobalGAP, HACCP, BRC enz). Daarnaast werken supermarkten op de winkelvloer met de CBL-Hygiënecode.

Supermarkten constateren dat de wetgeving niet eenduidig is en niet in alle landen van Europa gelijk is. Door resultaten van inspecties ondanks bovenstaande toch openbaar te maken, leidt dit enerzijds toe dat de consument nodeloos in verwarring wordt gebracht over de veiligheid van voedsel en anderzijds dat supermarkten ten onrechte in een kwaad daglicht kunnen worden gesteld. De overheid (ministerie EZ, ministerie VWS en de NVWA) moet dit veranderen. Wanneer aan onderstaande voorwaarden is voldaan kan openbaarmaking van controlegegevens volgens het CBL bijdragen aan daadwerkelijke en zinvolle transparantie voor de consument.

Het CBL is voorstander van transparantie en wil in gevallen dat de voedselveiligheid in het geding is en de consument geïnformeerd moet worden, dat zoveel mogelijk gegevens openbaar worden gemaakt. De NVWA maakt nu in alleen van formulebedrijven met meer dan 40 filialen allerlei gegevens openbaar ongeacht of de voedselveiligheid in het geding is. Hiermee ontstaat er rechtsongelijkheid en kan de consument geen goede keuze maken.

Uiteraard dienen toezichthouders te laten zien wat zij doen en hoe zij werken. Het noemen van bedrijfsnamen zonder noodzaak en zonder handelingperspectief voor de consument wijzen wij af. Het is mede daarom goed om twee aspecten van  openbaarmaking van controlegegevens te onderscheiden: de informerende functie en de sanctionerende functie.

Informerende functie
Het toezicht van de NVWA moet een bijdrage leveren aan een doeltreffende bescherming van de burger tegen risico’s. De daaraan ten grondslag liggende werkwijze, criteria en resultaten kunnen via generieke rapportages openbaar gemaakt worden. Voorbeelden hiervan zijn de rapportages over het gebruik van vloeibaar frituurvet in cafetaria's en snackbars en inspecties op voedselveiligheid bij de ambachtelijke sector, detailhandel en horeca. Op deze manier kan de NVWA communiceren naar de burger, maar ook naar de politiek over hun werkwijze en de bereikte resultaten en het effect van het toezicht. Deze rapportages geven inzicht in hoe het zoal gesteld is met de mate van naleving van bepaalde voorschriften. In feite een optelsom van alle controleresultaten van onderzochte individuele ondernemingen. Het is voor dergelijke transparantie niet nodig, en zeker ook gezien de risicogestuurde en steekproefsgewijze manier van toezicht houden door de NVWA, ook niet gewenst, om daar de namen van individuele bedrijven te noemen.

Sanctionerende functie
De NVWA houdt toezicht op een groot aantal ondernemingen, en dient over een adequaat arsenaal aan bevoegdheden te beschikken om te bewerkstelligen dat onveilige situaties zo snel mogelijk worden voorkomen. In het vernieuwde beleid van de NVWA Handhaven met verstand en gevoel worden bedrijven ingedeeld in de toezichtspiramide. In bepaalde, precies te omschrijven gevallen, is het effectief en proportioneel dat de naam van een individuele onderneming publiekelijk voor alle burgers (consumenten en andere ondernemers) kenbaar wordt gemaakt. Dit zijn ondernemers die rood scoren in de toezichtpiramide en waar sprake is van een extreme en structurele overtredingsituatie met een direct gevaar voor de volksgezondheid. Dit is bovendien in lijn met het principe van het algemene NVWA interventiebeleid: “Zacht waar het kan en hard waar het moet”.

Door bovenstaande onderscheid krijgt openbaarmaking het terechte informatieve dan wel punitieve karakter. Hierbij zijn consument, overheid en bedrijfsleven gebaat. Het CBL, maar ook VNO-NCW, MKB-Nederland, FNLI en KHN willen niet met lede ogen toe blijven kijken dat de NVWA haar zorgvuldig opgebouwde autoriteit aan risico’s blootstelt door haar informerende en sanctionerende functies met elkaar te verweven. Zij roepen de overheid dan ook op om onderscheid te maken in de informerende en sanctionerende functies. Door de huidige werkwijze moet de NVWA noodgedwongen veel meer communiceren over de context en de interpretatie van de gegevens en moet keer op keer worden gecommuniceerd dat de volksgezondheid/voedselveiligheid niet in het geding is.

Openbaarmaking van controlegegevens heeft de overheid 2 miljoen euro gekost. Dit is zonde van het geld en kan beter geïnvesteerd worden in goede medewerkers en het juist toepassen van het beleid. Daarnaast kan de consument maar ook het bedrijfsleven niets met de gegevens en is er vrees voor misbruik door derden. Dit is in het verleden niet ongegrond gebleken. Als consumenten hun keuze dienen te baseren op de openbaar gemaakte gegevens moet alleen informatie beschikbaar gemaakt worden waar voedselveiligheid in het geding is. Andere, private organisaties hebben tot taak om de consument te helpen wat en waar te kopen.